Monday, May 23, 2011

Kannelijntje in de klas (Nederlandse versie)

Een kort stukje over Kannelijntje en Loreliefje in de klas, dit gaat vooraf aan hun avontuur in het bloemenveld:

Het was vandaag een zonnige dag in Loefjesland. Jammer genoeg ontsloeg dat de kinderen niet om naar school te moeten gaan. Gelukkig werd er bij mooi weer buiten les gegeven. De schoolbankjes stonden dan buiten en niet in dat soms wel muffe klaslokaal. Aan ieder tafeltje zaten dan twee leerlingen elk op een krukje. Voor hen lag dan een schriftje waarin ze notities namen met behulp van dunne kooltjes (verbrande stukjes hout). In de school onderscheidden we drie leeftijdsgroepen die niet allemaal op hetzelfde moment les hadden. Er was de eerste leeftijdscategorie voor kinderen van zeven tot negen jaar, de tweede categorie van tien tot twaalf jaar en de derde en laatste categorie voor dertien tot vijftien jaar. Kannelijntje en Loreliefje zaten in de tweede klas. Omdat ze de beste vriendinnetjes waren, zaten ze natuurlijk naast elkaar. Meestal letten ze wel goed op, maar er waren zo van die dagen dat ze er echt geen zin in hadden. Vandaag was zo een dag en dat had vooral te maken met juffrouw Zoralief die haar lessen altijd zo saai maakte. Loreliefje was dan maar wat bloempjes beginnen tekenen in haar schriftje. Kannelijntje was zoals ze wel vaker deed beginnen wegdromen.

Kannelijntje keek naar boven naar die mooie blauwe lucht. Om de zoveel tijd zag ze vogels vrolijk fluitend heen en weer vliegen. Er waren merels, mussen, raven, eksters, kraaien, spreeuwen en nog veel meer. Dankzij haar mama herkende ze elke vogel, elk insect, elke struik, boom, plant en bloem. Alles wat ze moest weten over de natuur, kende ze door haar moeder. Haar moeder leek er haast alles over te weten. Ze was dan ook heel haar leven al een elfje. Ondanks dit moest Kannelijntje toch nog steeds les volgen over de natuur. Kannelijntje was wel blij dat ze buiten zaten. Als ze binnen zaten, was het al veel moeilijker om weg te dromen. Nu dat de zon lekker scheen, kon ze tenminste genieten van het kijken en luisteren naar vogels en insecten. Vooral het gezoem van de bijtjes klonk haar als muziek in de oren.

Haar aandacht ging echter meer uit naar de vogeltjes. Ze had voortdurend twee duifjes in het oog. Ze zag hen voortdurend takjes en gedroogd gras af en aan brengen. Dit was overduidelijk een verliefd koppeltje dat samen een nestje zou gaan bouwen. Als twee duifjes verliefd werden op elkaar werd dat tortelen genoemd. Daarom dat men wel eens sprak van tortelduifjes wanneer een verliefd Loefje en Liefje hand in hand gingen en elkaar lieve kusjes gaven. Het mooie was dat Kannelijntje één van die verliefde duifjes kende. Het mannetje heette Ferdi en kwam haar haast iedere ochtend met zijn vrolijke gefluit wekken. Toen hij nog een klein duifje was, was hij uit het nest gevallen. Hierdoor had hij één van zijn pootjes gebroken. Zijn ouders konden helaas niets meer voor hem doen. Kannelijntjes mama, Priscilla, had echter zijn gejammer gehoord en hem met zich mee naar huis genomen. Daar verzorgde ze zijn gewonde poot en voedde hem. Kannelijntje hielp haar mama daarbij en heeft op die manier veel geleerd over vogels. Kannelijntje had hem ook de naam Ferdi gegeven. Dankzij hem kon Kannelijntje ook het roekoe-geluid dat een duif kan maken perfect nabootsen.

Dankzij hun goede zorgen, groeide hij snel. Zijn ouders waren echter alweer verhuisd, waardoor ze Ferdi niet naar zijn echte ouders terug konden sturen. Het probleem was dat het tijd was voor Ferdi om te leren vliegen. Eens als hij volgroeid was, zou hij te zwaar zijn om het nog te kunnen leren. Priscilla had al een paar keer geprobeerd om hem het vliegen bij te brengen. Omdat Priscilla echter geen dierenelfje was, kon ze hem blijkbaar niet voldoende vertrouwen geven. Gelukkig kwamen Tiluca en Dendrona op bezoek. Tiluca, die een dierenelfje was, had zich toen over Ferdi ontfermd wat betreft de vlieglessen. Het had heel wat moeite gekost, maar ze slaagde er toch in om Ferdi te leren vliegen. Tiluca had ook enorm veel geduld en bleef altijd positief. Kannelijntje mocht haar daarom ook bijzonder graag. Dankzij Tiluca kon Ferdi nu vliegen als de beste. Tot op de dag van vandaag was hij de elfjes daarvoor nog erg dankbaar en dat liet hij blijken door Kannelijntje en haar familie ’s ochtends met een vrolijk roekoe roekoe te wekken.

Ferdi nam Kannelijntje en Loreliefje wel eens mee op zijn rug om hen de omgeving te laten zien zo van hoog in de lucht. Loreliefjes moeder wilde niet dat haar dochter dat deed omdat ze bang was dat ze eraf zou vallen. Maar als Kannelijntje er bij was, was er geen gevaar. Kannelijntje hield haar vriendinnetje immers goed vast en had ook nog haar vleugeltjes om Loreliefje desnoods achterna te duiken. Ferdi had hier vandaag geen tijd voor. Hij had immers in Herlinde een vrouwtje gevonden. Als ze nu een nestje aan het bouwen waren, wilde dat zeggen dat Herlinde binnenkort eitjes zou gaan leggen. Het was een vreemde gedachte dat de speelse Ferdi vader zou gaan worden. Kannelijntje twijfelde er echter geen moment aan dat hij een zorgzame en liefhebbende vader zou zijn. Nu bezorgde hij haar alvast een welkome afleiding. Als de eitjes eens zouden gelegd zijn, zou hij dat zeker aan Kannelijntje en Loreliefje willen laten zien.

Kannelijntje werd uit haar dagdroom gehaald door een harde bonk op haar houten tafeltje. Kannelijntje was zodanig geschrokken dat ze haast van haar krukje was gevallen. Ook Loreliefje was zo geschrokken dat ze een flinke streep trok door haar keurig getekende bloempje. Normaal gezien waarschuwden ze elkaar wel als de juf eraan kwam, maar deze keer waren ze allebei niet op aan het letten. “Kannelijntje, is het mooi daarboven?” sprak de juf op geïrriteerde toon “Weet je wel waarover ik aan het spreken was?” Ze keek Kannelijntje aan met een strenge blik. Zoralief was jong en mooi, men dacht een jaar of twintig. Ze had donkerbruin gekrulde haren en een getaande huid. Kannelijntje zag haar wel vaker op warme dagen in de zon liggen. Een gebruinde huid was mooi, maar het was ook niet gezond om te lang in de zon te liggen. Ze was groot en slank. Wat een verschil was ze toch met haar iets oudere zus Doralief die ook les gaf. Doralief had rood haar, was klein en mollig. Haar huid was meer roze en ze had altijd blozende wangen. Ze was echter aardig en lachte altijd. Zij nam de kinderen tenminste eens mee de natuur in, lekker stappen en rondkijken. Bij Zoralief bleven ze altijd saai aan hun tafeltjes zitten. Geen wonder dat Kannelijntje en Loreliefje tijdens haar les vaak gingen dagdromen.

Lachen leek Zoralief ook niet te kunnen, enkel wanneer er mooie mannen in de buurt waren. Dan kon ze plots wel haar witte tanden bloot lachen. Volgens Kannelijntje had ze al veel liefjes gehad. Maar omdat ze zo een saaie trut was, bleven die jongens toch niet bij haar. Wat een verschil met haar zus die getrouwd was met Fransloef. Hij was lang en knap, maar wel helemaal weg van zijn vrouwtje. Doralief was trouwens zwanger. Dat was ook de reden waarom de kinderen nu meer les kregen van Zoralief. En jammer genoeg was Kannelijntje weer eens het slachtoffer van haar boosheid. Antwoorden op haar vraag kon Kannelijntje niet, want het meisje had totaal niet opgelet. Kannelijntje keek vertwijfeld naar Loreliefje hopende dat zij haar uit de nood kon helpen. Zoralief stak haar vinger uit naar Loreliefje en sprak: “En jij gaat haar deze keer niet voorzeggen!” Als Loreliefje al iets wilde zeggen, dan werd ze nu compleet stil. Ze liet haar hoofdje hangen. “Stomme trut!” dacht Kannelijntje van Zoralief. Loreliefje had het al niet gemakkelijk met studeren. Maar dacht je dat Zoralief haar daarom meer aandacht zou geven? Neen hoor, ze was meer bezig met er mooi uit te zien.

De juf richtte zich weer tot Kannelijntje en blafte: “Nou?” Kannelijntje moest haar het antwoord schuldig blijven. Ze haalde haar schouders op en sprak: “Ik weet het niet, juf!” Zoralief schudde haar hoofd en prevelde iets wat leek op: “Altijd hetzelfde met dat elfenwicht!” Toen sprak ze duidelijker: “Ik had het over spinnenwebben die talrijk aanwezig zijn nu het zomer is!” Kannelijntje huiverde. Het leek wel alsof de juf wist dat Kannelijntje nog niet zo lang geleden een enge droom had over een spin. Kannelijntje had gedroomd dat ze vast zat in een spinnenweb en de spin haar bijna te pakken had. “Je weet toch hoe nuttig spinnen zijn?” ging Zoralief verder. Kannelijntje schudde haar hoofd en sprak: “Spinnen zijn eng en vangen insecten in hun web. Maar ze vangen ook nuttige insecten zoals bijen en vlinders!” “Dat is zo, maar zo is de natuur!” zei Zoralief “Maar ze helpen ons af van vervelende insecten zoals muggen en vliegen!” “Ieder insect heeft zijn nut!” riep Kannelijntje uit “Ook vliegen zijn heel nuttig. Wist u dat vliegen afval opruimen?”

“Wie heeft je dat nu weer wijsgemaakt? Je mama zeker?” sprak de juf smalend. “Neen, ik heb het zelf eens aan een vlieg gevraagd.”sprak Kannelijntje “Ze zat op dat moment op een uitwerpsel en ik vroeg haar waarom ze dat deed. Ze vertelde me dat er in uitwerpselen voor haar veel voedzame stoffen zaten. Hierdoor hielp ze met de opruiming ervan en ook van ander afval!” De juf trok een vies gezicht alsof ze dacht Kannelijntje die strontvlieg was. “Bah, wat ben je toch onsmakelijk!” zei juf Zoralief “Zulke vieze beesten moeten dood!” Nauwelijks had ze dat gezegd of er viel iets uit de lucht, recht op haar muts. Het drupte naar beneden. Kannelijntje zag dat het wit en vloeibaar was. Toen de juf dat goedje op haar neus voelde, wreef ze met haar hand erover. Ze keek naar de melkachtige vloeistof op haar hand en zei: “Ew, wat is dat!”

Kannelijntje keek in de lucht en zag dat Ferdi boven hen cirkelde. Kannelijntje wist meteen dat hij het was die iets had laten vallen. Ze moest lachen, want ze besefte maar al te goed wat hij had laten vallen. Het was alsof hij die domme juf ook een lesje wilde leren. Kannelijntje hield echter haar hand voor haar mond om die lach te onderdrukken. De juf keek omhoog en merkte Ferdi ook op. Toen ze besefte wat het witte spul was, reageerde ze vol afschuw. “Bah wat vies!” zei ze zoekend naar een zakdoekje in een van de zakken van haar rok. “Ach juf, duivenkak is heel voedzaam!” zei Kannelijntje en ze kon haar lach niet langer onderdrukken. “Maar geen nood, juf! Straks komen de vliegjes het wel opeten!” Nu proestte ook Loreliefje het uit. Haar gegiechel werkte aanstekelijk voor hun klasgenootjes. Er was dus maar één persoon die het niet grappig vond en dat was de juf. Dit was ergens wel te begrijpen, want zij was het slachtoffer van de situatie en werd uitgelachen. Maar van een zuurpruim als zij kon je ook moeilijk anders verwachten. Haar zus zou hier wel mee hebben kunnen lachen. De kans was echter klein dat Ferdi iets zou laten vallen op een aardige juf zoals Doralief.

Net als juf Zoralief leek te gaan ontploffen van woede, ging de bel. Het was Kannelijntjes broer, Maxime die een systeem had gemaakt met een zandloper. Eens als het laatste korreltje was gevallen, werd er een mechanisme in werking gezet waarbij twee houten mannetjes met een hamertje om de beurt op een klok gingen slaan. Dat betekende meteen het einde van de les. Alle kinderen pakten snel hun spulletjes bij elkaar en stopten die in hun tasje. Daarna haastten ze zich naar huis. Kannelijntje en Loreliefje keken elkaar met een glimlach aan. “Gered door de bel.” hadden ze wellicht op dit moment gedacht. Ze waren niet enkel blij dat ze naar huis mochten, maar ook omdat er voor hun een leuke namiddag op het programma stond. Hun ouders hadden hen immers de toelating gegeven om een tochtje te maken naar het bloemenveld.

No comments:

Post a Comment